Offermans – Lucassen. HR 22-07-1988. NJ 1988, 912

Arrest: Offermans/Lucassen

Onderwerp: De faillietverklaring

Inzake: Is slechts één schuldeiser genoeg om een faillissement uit te spreken?

Vindplaats: HR 22-07-1988. NJ 1988, 912

Rechtsvraag: Kan een schuldenaar failliet worden verklaard als is gebleken dat slechts één schuldeiser onbetaald is gebleven? Is er voldaan aan het criterium “opgehouden te betalen” in de zin van art. 1 lid 1 F als er slechts één schuldeiser is?

Hoge Raad: Voor zover de subonderdelen ten betoge strekken dat ook bij het onvoldaan laten van slechts één schuldeiser een schuldenaar kan verkeren in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen in de zin van art. 1 lid 1 F, falen zij. In het stelsel van de Faillissementswet beoogt immers het faillissement verdeling door de curator van het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers. Dat brengt mee dat voor faillietverklaring geen plaats is ten aanzien van een schuldenaar die niet meer dan één schuldeiser heeft.

 

Jennissen – Thebrath HR 07-02-1958. NJ 1958, 202 De faillietverklaring

Arrest: Jennissen / Thebrath
Vindplaats: HR 07-02-1958. NJ 1958, 202

Onderwerp: De faillietverklaring

Rechtsvraag: Kan een faillissement worden vernietigd in hoger beroep na intrekken van de aanvraag hiervan door de schuldeiser?

Als degene die het faillissement van de schuldenaar heeft aangevraagd in HB zijn aanvrage intrekt, leidt dat dan tot vernietiging van de faillietverklaring?

Hoge Raad: Dat de omstandigheid, dat hij op wiens aanvrage de rechtbank het faillissement heeft uitgesproken, in hoger beroep heeft doen verklaren dat hij zijn aanvrage intrekt, op zichzelf niet tot vernietiging van de faillietverklaring kan leiden; dat toch de eis dat de rechtbank de faillietverklaring niet dan op een aanvrage daartoe van een schuldeiser uitspreekt, niet medebrengt, dat indien op die aanvrage de faillietverklaring is gevolgd, de daarmede ingetreden rechtstoestand van faillissement, welke ook de rechtspositie van de andere schuldeisers bepaalt, alsnog ter beschikking zou zijn van den schuldeiser, die hem bevoegdelijk heeft uitgelokt