Arrest: Vis q.q./NMB

Onderwerp: Het bestuur van de failliete boedel.

Inzake: Wanneer valt een girale betaling in de boedel?

Vindplaats: HR 31-03-1989. NJ 1990, 1.

Feiten: Interieurverzorging De Groot B.V. wordt op 18/11/1981 in staat van faillissement verklaard. Op dezelfde datum wordt van de girorekening van De Groot een bedrag van ƒ 30.000,00 afgeschreven ten gunste van de NMB bank. De curator vordert het bedrag terug, omdat hij van mening is dat het in de failliete boedel valt, omdat ogv 23 F De Groot die dag niet meer kon beschikken over zijn vermogen. De bank stelt dat de opdracht tot het overmaken van het bedrag al dagen eerder was gegeven en dat De Groot op die dag nog wel beschikkingsbevoegd was en dat dus het bedrag niet in de failliete boedel valt.

Rechtsvraag: Een girale betaling welke wordt voltooid op de dag dat iemand failliet wordt verklaard, maar waarvoor de opdracht al dagen daarvoor werd gegeven, valt die wel of niet in de failliete boedel?

HR: Blijkens de feiten gaat het hier om een girale betaling door de schuldenaar, die pas na aanvang van de dag van de faillietverklaring is voltooid. Het beginsel van 23 F brengt mee dat de curator het aldus betaalde terug kan vorderen, indien de giro-instelling aan welke de overschrijvingsopdracht werd gegeven, bij de aanvang van de dag van de faillietverklaring nog niet alle handelingen had verricht, die zij als opdrachtnemer van de schuldenaar ter effectuering van de betaling aan diens schuldeiser gehouden was te verrichten. Dit geval doet zich hier voor nu de afschrijving pas op 18 november 1981 heeft plaatsgevonden.

Opmerking verdient nog dat een girale betaling eerst wordt voltooid door de bijschrijving op de rekening van de schuldeiser. Indien het, zoals in het onderhavige geval, gaat om een rekening bij dezelfde giro-instelling als die waaraan de schuldenaar als rekeninghouder de opdracht gaf, zal ook deze bijschrijving vóór de aanvang van de dag van de faillietverklaring moeten zijn geschied, wil de hier bedoelde terugvordering door de curator van het overgemaakte bedrag uitgesloten zijn. Ook een zodanige bijschrijving geschiedt immers door de giro-instelling als opdrachtnemer van de schuldenaar, zij het dat zij daarmee tevens voldoet aan de verplichtingen die uit haar rechtsverhouding tot de schuldeiser als rekeninghouder voortvloeien.

Recommended Posts