Jennissen – Thebrath HR 07-02-1958. NJ 1958, 202 De faillietverklaring

Arrest: Jennissen / Thebrath
Vindplaats: HR 07-02-1958. NJ 1958, 202

Onderwerp: De faillietverklaring

Rechtsvraag: Kan een faillissement worden vernietigd in hoger beroep na intrekken van de aanvraag hiervan door de schuldeiser?

Als degene die het faillissement van de schuldenaar heeft aangevraagd in HB zijn aanvrage intrekt, leidt dat dan tot vernietiging van de faillietverklaring?

Hoge Raad: Dat de omstandigheid, dat hij op wiens aanvrage de rechtbank het faillissement heeft uitgesproken, in hoger beroep heeft doen verklaren dat hij zijn aanvrage intrekt, op zichzelf niet tot vernietiging van de faillietverklaring kan leiden; dat toch de eis dat de rechtbank de faillietverklaring niet dan op een aanvrage daartoe van een schuldeiser uitspreekt, niet medebrengt, dat indien op die aanvrage de faillietverklaring is gevolgd, de daarmede ingetreden rechtstoestand van faillissement, welke ook de rechtspositie van de andere schuldeisers bepaalt, alsnog ter beschikking zou zijn van den schuldeiser, die hem bevoegdelijk heeft uitgelokt