Niet behandelde longinfectie – HR 25 juni 1996 – NJ 1997,563

Niet behandelde longinfectie – HR 25 juni 1996 – NJ 1997,563

Casus: Vriend schiet vriendin neer in de hals, deze loopt een dwarslaesy op. Arts:” Het slachtoffer besloot om niet meer tot een operatie over te gaan.” Het slachtoffer intervenieert hier zelf. Ze overlijdt vervolgens aan een niet behandelde longinfectie. De verdachte wordt veroordeeld wegens doodslag. De Hoge Raad oordeelt, op basis van het criterium van redelijke toerekening, dat verdachte opzettelijk zijn vriendin van het leven heeft beroofd. Volgens de Hoge raad doorbreekt ook de interventie van het slachtoffer de causale keten niet, het letsel is te ernstig in deze casus. Een makkelijkere oplossing was geweest het ten laste leggen van poging tot moord, nu was enkel doodslag ten laste gelegd.

Haarlemse doodslag HR 07-05-1985, NJ 1985, 821

Haarlemse doodslag HR 07-05-1985, NJ 1985, 821

Casus: A steekt B in de hals, B gaat pas na zeven dagen dood. Is A verant­woordelijk?

Verweer:” de man had in het ziekenhuis beter behandeld kunnen worden.”

De opzet was echter gericht op de dood en de man is dood. De opzet breidt dus de aansprake­lijkheidscirkel uit. De Hoge Raad vindt dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs valt toe te rekenen aan de verdachte. De leer van het Letale Longemboliearrest wordt dus bevestigd.

Spoorwegovergang HR 20-04-1971, NJ 1972, 82

HOGE RAAD 20-04-1971  SPOORWEGOVERGANG            36 WVW

Casus: Bij een spoorwegovergang knalt een auto op een andere. Deze auto komt op de spoorrails te staan. De bestuurder springt uit de auto maar blijft op de rails staan om zijn vrouw en kind te helpen redden en wordt geraakt door de trein en verliest zijn arm. Hij stelt de veroorzaker aansprakelijk.

Het verweer richt zich op het feit dat de man niet logisch heeft gehandeld. Hij had kunnen terugrijden of doorrijden etc.

De Hoge Raad oordeelt dat de paniek van de bestuurder, redelijkerwijs was te voorzien als gevolg van

de ‘schrikwekkende positie’ waarin hij was terechtgekomen.

De veroorzaker creëerde een gevaarlijke situatie en is zodoende ook verantwoordelijk voor paniekreacties.

Uit dit arrest blijkt dus dat bij het vaststellen van de causaliteit de voorzien­baarheid een rol speelt.

De term “voorzienbaarheid” heeft echter een bezwaar aangezien de veroorzaker de reactie niet kon voorzien. Het delict is een culpoos delict.

De Hoge Raad hanteert hier nog de leer van de voorzienbaarheid.