Gas en Water. HR 20-03-1981. NJ 1981, 640

Arrest: Gas en Water

Onderwerp: Schuldeisers

Inzake: Schuldeiser ogv overeenkomst; Mag nutsbedrijf na faillietverklaring leveranties opschorten?

Vindplaats: HR 20/03/1981; NJ 1981, 640

Feiten: De heer H. Bakker heeft een schuld aan het energiebedrijf. Hij komt in surséance en wordt later failliet verklaard. In de algemene voorwaarden van het nutsbedrijf staat dat zij het recht heeft tot afsluiting c.q. onderbreking van de toevoer van gas en water indien de afnemer een schuld heeft aan de vennootschap. De curator heft verklaard de overeenkomst voor de toekomst gestand te willen doen miv de datum waarop surséance van betaling werd verleend.

Rechtsvraag: Heeft het nutsbedrijf het recht om de gefailleerde af te sluiten van gas en water (dus om de leveringen te staken) en mag de curator het nutsbedrijf bevoordelen boven andere concurrente schuldeisers?

HR: Voorop moet worden gesteld dat een recht op verdere leveranties op te schorten zolang eerdere leveranties niet zijn betaald, in beginsel ook geldt in geval van faillissement van de wederpartij en met het doel om betaling te verkrijgen van een oude (vóór de faillietverklaring ontstane) schuld. De curator zal dan het belang van de boedel bij voortzetting van de leveranties hebben af te wegen tegen het belang van een gelijke behandeling van de schuldeisers. Dit laatste belang zal er in het algemeen mee gediend zijn dat van verdere leveranties wordt afgezien, waarbij mede valt te denken aan de mogelijkheid dat de curator de desbetreffende goederen van elders betrekt

Voor wat het onderhavige geval betreft, dient echter in aanmerking te worden genomen dat het hier gaat om de levering van gas en water, dus zaken die in de particuliere sfeer strekken ter voorziening in de eerste levensbehoeften, en dat de vennootschap (een openbaar nutsbedrijf) in haar distributiegebied een monopoliepositie inneemt. Dit brengt mee dat de curator, die bij de uitoefening van zijn taak ook met de gerechtvaardigde belangen van de gefailleerde rekening moet houden, het in het algemeen niet zal kunnen laten aankomen op het staken van verdere leveranties, nu voor de gefailleerde geen mogelijkheid bestaat om zich tot een andere leverancier te wenden. Het belang van een gelijke behandeling van de schuldeisers zal dus in zo’n geval op een andere wijze moeten worden beschermd, en wel door een uitzondering te aanvaarden op de hiervóór bedoelde hoofdregel voor het geval een failliet verklaarde afnemer van een nutsbedrijf door afsluiting ter zake van wanbetaling in de voormelde eerste levensbehoeften van hem en zijn gezin worden getroffen. In een dergelijk geval komt het bedrijf de bevoegdheid tot afsluiting wegens een onbetaald gebleven schuld van vóór de faillietverklaring niet toe