Tilburgse wapenhandelaar – HR 10-12-1991

TILBURGSE WAPENHANDELAAR

Casus:

Een wapenhandelaar geeft zijn dochter regelmatig een geweer mee teneinde demonstraties te geven. Hiervoor heeft zij een geleide, echter zij moet de geweren direct na de demonstratie terugbrengen. Dit doet zij niet.

Vroeger moest men kijken of de oude bepaling was terug te vinden in de bewezenverklaring en in de nieuwe bepaling. In het arrest “Tilburgse wapenhandelaar”  past de Hoge Raad zijn mening aan.

De rechter dient nu nog steeds eerst te onderzoeken of de (bewezen verklaarde) tenlastelegging onder de oude bepaling kan worden gerubriceerd. Is dat het geval, dan moet hij vervolgens aan de hand van de bewijsmiddelen kijken of ook de nieuwe strafbepaling is overtreden; hierbij is dus niet meer de tenlastelegging doorslaggevend, maar gaat het om het feit zoals het is gepleegd (kijken naar de tenlastelegging, de gedraging en de bewijsmiddelen). Is blijkens de bewijsmiddelen ook de nieuwe delictsomschrijving van toepassing, maar is deze nieuwe wet ongunstiger dan dient volgens de hoofdregel van het eerste lid van artikel 1 Sr. op de oude bepaling te worden gekwalificeerd, dus uiteindelijk toch op de grondslag van de tenlastelegging. Voor zover de strafbedrei­ging van de nieuwe wet lager is geldt art. 350 Sv: dus de nieuwe bepaling. Het geval kan zich dus voordoen dat naar de oude wet wordt gekwalificeerd terwijl de strafbedreiging van de nieuwe wet geldt.